Huis van Levenskunst

Visie

De zorg die wij willen bieden heeft betrekking op zowel lichamelijk welzijn als op de zorg voor de ziel en richt zich ook op zingevende en richtinggevende motieven in het leven van de mens met dementie.

Deze gebieden gebieden zijn vervlochten en geintegreerd in de biografie van de mens met dementie (de levensloop). Deze levensloop en het zoeken naar continuïteit hierin willen wij integreren in de zorg, zodat het leven als zinvol en betekenisvol kan worden ervaren. Dat is nieuw en onderscheidend.

In het Huis van de Levenskunst worden de geheugenfuncties, “werkelijkheidsbeleven” en de oriëntatie op zichzelf en de omgeving niet alleen geschoold en beoefend via cognitieve geheugentraining, maar vooral ook via een sociaal-kunstzinnige weg (zang- boetseren-bewegen-beeldhouwen-toneel etc).

Dementie is niet alleen een ziekte  van één mens. Ook de gevolgen voor de naasten zijn groot. De zorg die wij bieden strekt zich daarom ook uit naar deze groep in directe wisselwerking met de zieke.

Hoe ziet jullie aanpak eruit?

Helga: Heel kort door de bocht gezegd is het centrale probleem bij dementie ‘het geheugen’. In onze aanpak proberen we met de combinatie van zintuigindruk, beweging en zinvolle ervaring aan dat geheugen te appelleren. Door deze drie elementen met elkaar te verbinden en daar werkvormen voor te zoeken, doen wij op een andere manier een beroep op het korte termijn geheugen. In november 2016 zijn wij met deze aanpak gestart in een pilot, en hoewel we hier zeer terughoudend in zijn lijkt het erop, dat met name het korte termijn geheugen door deze aanpak toch wat actiever blijft, of misschien beter gezegd, iets minder slecht functioneert. Dit is één van de belangrijkste dingen waar we ook nu in de praktijk nog mee bezig zijn, om dat te ontwikkelen en verder uit te bouwen. Omdat het korte termijn geheugen natuurlijk toch één van de meest in het oog springende dingen is, waar mensen beperkingen in hebben.
Het is voor ons een vraag of het geheugen echt weg is. Is het weg, of kan er gewoon niet meer aan geappelleerd worden? Wij hebben heel sterk het idee dat het niet allemaal weg is, en dus is onze vraag: hoe kun je dat nu zo inkleden, hoe kun je zo een appèl doen, hoe kun je mensen weer zo interesse in het leven geven, daar zo weer enthousiast voor maken, dat het op de één of andere manier ook weer makkelijker wordt om dingen te onthouden.

Gert: Helga haalt daarmee eigenlijk Steiner aan, die gezegd heeft, dat als je het geheugen wilt ontwikkelen en stimuleren, je de interesse moet wekken. Daartoe zetten we kunstzinnige en bewegingsoefeningen in: toneel, boetseren, beeldhouwen, zingen, houthakken, koor, mime. Alles om de interesse te wekken, in sociaal-kunstzinnige context. Daarmee bedoelen we: als we gaan schilderen, dan doet iedereen mee, en daarmee komt de zin al tevoorschijn. Dat is een heel belangrijke pijler waar het initiatief op rust.

Wij zoeken wegen waarin we kunnen appelleren aan de ander en dan kijken we of er te appelleren valt. En als er niet te appelleren valt, dan houden we niet op, maar dan zeggen we, goh, de toegangspoort moet misschien niet auditief zijn, maar visueel, of tactiel. Of misschien moet het een kleinere groep zijn. Dus we zoeken naar wegen om de ander te betrekken bij het leven, op kunstzinnige wijze. Daarom heet het ook ‘Levenskunst’.

Lees hier het hele interview met Helga en Gert uit december 2017.